
Cultuur helpt ons het leven te begrijpen. Zo kan een boek vertellen hoe liefde eruit moet zien, of een gedicht hoe je met de dood om kan gaan. Cultuur uit zich in media, maar wordt tegelijkertijd hierdoor ook beïnvloed. Vóór 1900 maakten maar weinig mensen media, vooral kunstenaars. Het thema was vaak godsdiensten en het medium schilderen of een boek.
Door de uitvinding van de camera, waarmee hyperrealistische beelden gemaakt konden worden, gingen na 1900 steeds meer mensen media produceren. Naast godsdienst zag je nu ook propaganda, reclames en de eerste recreatieve films. Onze cultuur werd niet meer alleen beïnvloed door een godsdienst, maar ook door de overheid, bedrijven en individuele kunstenaars.
Diamanten zijn een goed voorbeeld van waarom het loont om cultuur te beïnvloeden. Met een reeks reclames vanaf eind jaren dertig, met als bekendste slogan ‘A Diamond Is Forever’, koppelde diamantbedrijf De Beers diamanten aan het huwelijk als teken van eeuwige liefde. Zo werd hun product onderdeel van een cultureel fenomeen en is de waarde ervan verveelvoudigd.


Jean Baudrillard (1929-2007) was een Franse socioloog en postmodernistisch filosoof. Hij geloofde dat we in een wereld vol ‘Simulacra’ leven. Een Simulacrum is een representatie van iets of iemand, die meestal geen volledig beeld schetst van wat het representeert, maar alleen bepaalde aspecten. Baudrillard zei dat de grens tussen realiteit en Simulacrum steeds vager zou worden en dat we uiteindelijk in een ‘Hyperrealiteit’ zouden gaan leven: een realiteit waarin de representatie van de werkelijkheid de werkelijkheid zelf overstijgt en zelf als werkelijkheid wordt gezien.
Social media is hier een perfect voorbeeld van. Mensen doen alsof ze hun hele leven online delen, maar delen eigenlijk alleen heel specifieke, vaak positieve aspecten, oftewel een Simulacrum. Als een andere gebruiker dit voor het volledige beeld aanziet, belandt die in een ‘Hyperrealiteit’. De gebruiker vergelijkt deze neppe realiteit met zijn of haar echte leven, wat kan leiden tot frustratie en het gevoel altijd tekort te schieten. Die frustratie probeert de gebruiker weg te nemen door de eigen realiteit aan te passen, vaak door producten te kopen die beloven dat het eigen leven ook op dat beeld gaat lijken.
Inmiddels zien we een trend van digitale naar analoge media. De trend rondom analoge fotografie is, denk ik, een reactie op de constante blootstelling aan Simulacra. Op social media worden constant nieuwe camera's aangeraden die weer net wat betere beelden maken dan hun voorganger. Er wordt je verteld dat jij ook net zulke mooie foto's kan maken als je die ene camera koopt.
In de meeste gevallen lukt dat niet, omdat de ervaring en kennis van de fotograaf een veel grotere rol spelen dan de technische specificaties van de camera. Dit verkoopt alleen geen camera's, dus wordt het achtergehouden. Zo krijg je een Simulacrum dat gebaseerd is op de realiteit, maar waarin de negatieve aspecten achterwege zijn gelaten. Uiteindelijk maakt de fotograaf de foto en niet de camera.
Als je alleen naar de feiten kijkt is analoge fotografie technologisch achterhaald, en juist dat maakt het zo aantrekkelijk. Je gebruikt een analoge camera niet om de beste beelden te maken, maar omdat je het leuk vindt. Je camera is zo achterhaald dat het geen nut meer heeft om deze te vergelijken met de camera's die je op social media ziet. Het is dan ook een bevrijdend gevoel om alle verwachtingen los te laten.



Toen ik begon met het onderzoek voor dit essay, ging ik er eigenlijk van uit dat mensen analoge producten vooral gebruiken uit verzet tegen de constante groei van technologie. Dat denk ik nog steeds, maar ik kwam ook andere beweegredenen tegen. Voor jongeren die alleen de digitale versie kennen, is het een unieke ervaring om een object echt vast te houden en van alle kanten te inspecteren, in plaats van een plaatje op een scherm te zien. En je kan de trend vergelijken met de cyclus van mode: iets is populair, verdwijnt en komt een paar jaar later weer terug.
Wat ik niet had verwacht, was hoe groot de rol van social media is bij het genereren van trends, en hoe het verzet hiertegen zelf een nieuwe hype werd: analoge fotografie. Influencers springen van hype naar hype. Na de perfecte analoge camera zijn nu ‘digicams’ aan de beurt, die precies het trage proces overslaan dat analoog zo aantrekkelijk maakt.
Het postmodernisme is iets wat bij mij een onderbuikgevoel heeft omgezet in een gedachtestroming. Ik wist altijd al wel dat social media niet per se goed was voor de mensheid, maar had je niet kunnen vertellen waarom. Mijn kennismaking met het postmodernisme heeft mijn gevoel geconcretiseerd en een theoretisch fundament gegeven.


Toch begrijp ik niet alles. Er wordt gezegd dat Simulacra een onvolledige representatie van de realiteit zijn. Maar wij als mensheid hebben altijd al een onvolledige representatie van de realiteit gehad. Honden kunnen beter ruiken dan mensen. Als ik aan een bloem ruik, ruik ik dus niet het volledige spectrum van deze bloem. Betekent dit dan dat mijn ervaring van deze bloem ook een Simulacrum is? Dan heeft de mensheid altijd al in Simulacra geleefd. Ik denk niet dat Baudrillard het zo heeft bedoeld, en daarom vind ik dat de term beter afgebakend had kunnen worden.
Nu ik er langer over nadenk, kom ik ook tot andere conclusies. Ik kijk op YouTube ontzettend veel video's over camera's en ik weet haast wel zeker dat ik meer video's heb gekeken óver analoge camera's dan dat ik er daadwerkelijk één heb gebruikt. Het ídee om een mooie lp te pakken en hier rustig naar te luisteren, vind ik leuker dan dit ook daadwerkelijk te doen. Ik vraag mezelf dan ook af of ik deze producten daadwerkelijk leuk vind, of dat ik het beeld leuk vind dat social media geeft van het gebruik ervan. Dus of mijn reactie op de hyperrealiteit niet ook een hyperrealiteit is.